According to the RepTrak™ Pulse 2007, the second annual study of the reputations of the World's Largest Companies, Russian companies made the greatest gains in reputation. The largest change was Sberbankwhose reputation catapulted the company into the top 10. Gazprom, Magnitogorsk Iron & Steel and Lukoil also enjoyed huge gains, reflecting "the growing public optimism about Russia’s corporate sector".
Lego took gold in 2007, IKEA coming in 2nd, followed by 2006 winner Barilla. Lufthansa suffered the greatest decline in reputation, dropping from third place to a #36 position.
The RepTrak™ Pulse 2007 was developed by the Reputation Institute. Over 60,000 online interviews with consumers in 29 countries on six continents were conducted in January and February 2007. More than 175,000 ratings were used to create reliable measures of the ‘corporate reputation’of more than 1,000 companies.
Get the RepTrak™ Pulse 2007 report here.
Showing posts with label reputation loss. Show all posts
Showing posts with label reputation loss. Show all posts
Monday, 20 August 2007
Tuesday, 27 February 2007
Onhandige communicatie van Open Vld bewijst eens te meer dat de partijtop niet reputatiebewust is
De Vlaamse liberalen blijven in het reputatie-sukkelstraatje. De soap rond het lijsttrekkerschap in de provincie Antwerpen bewijst eens te meer dat de partijtop niet genoeg reputatiebewust is als men zelf beweert. Men laat immers opnieuw na om op een serieuze manier ante factum na te gaan op welke manier bepaalde beslissingen zullen onthaald worden door de publieke opinie. In plaats van zich, enkele maanden voor de federale verkiezingen, zich "bezig te houden" met de nieuwe Open Vld look & feel, zouden de Vlaamse liberalen het roer eindelijk stevig in handen moeten nemen.
Andere partijen passen de reputatieprincipes op consistente wijze toe. Afgezien van de inhoud van de boodschappen, moet worden vastgesteld dat De Decker, Vlaams Belang en vooral CD&V zich op reputatietechnisch gebied positief laten opvallen. Deze laatsten zijn zich bijzonder bewust van het stakeholderveld dat hen omringt en richten hun boodschappen doelgericht op bepaalde groepen in dat veld.
Bij Open Vld is dat niet zo. De partijtop draait rond als een windhaan. Van consistentie is, niettegenstaande de recente mooie woorden inzake communicatie en het sluiten van de gelederen, niet veel sprake. Opendebatcultuur noemt men dat. In gewone mensentaal is dat eerder een teken van onbetrouwbaarheid en zelf niet goed weten wat men wil.
Wanneer dringt het besef door dat hierdoor de organisatie zeer grote schade wordt toegebracht? Op het moment dat men electoraal zo diep zakt dat het enkel nog beter kan worden?
Als bedenker van de opendebatcultuur zou collega Slangen zich in minder bochten moeten draaien om een uitleg te verzinnen over het hoe en het waarom van de recente beslissingen van de Open Vld-top. In oktober 2006 werd hij lid van de VLD-top en tekende de liberale partij met hem een contract met een looptijd van zes(!) jaar om in te staan voor het strategisch management van de partij. Noël Slangen laat zich dus als strateeg in met de organisatie en de inhoudelijke standpunten van de VLD in, in samenwerking met voorzitter Bart Somers. Hij begeleidt de nodige structurele hervormingen binnen de partij met als doel de VLD terug in een leidende positie te brengen.
En toch verklaarde hij gisteren dat hij niet verantwoordelijk is voor het communicatiebeleid van de partij. Hij omschreef het als 'onhandige communicatie'. Van een strateeg zou toch kunnen verwacht worden dat hij meer invloed kan uitoefenen op zo een belangrijk element in de reputatievorming.
Begin december las ik nog op LVB.net : "Vorige week vroeg ik mij af of de VLD van naam zou veranderen (...) Allemaal loze speculaties en geruchten, zo blijkt nu. Noël Slangen, strategisch manager van de VLD, meldt mij zonet in een email: Ik kan u formeel bevestigen dat dit jaar de naam zekér niet wijzigt, en dat dit voor volgend jaar niet gepland is, maar daarom niet uitgesloten wordt." Erg geloofwaardig komt dit niet over.
Hopelijk heeft voorzitter Bart Somers voor zo een langlopend contract met collega Slangen een resultaatsgarantie kunnen bedingen. De taak kan niet zo moeilijk zijn. Indien men de principes van reputatiemanagement rigoureus toepast, heeft men een kans om op middellange termijn het tij te doen keren. Ik vrees dat dit voor de federale verkiezingen niet meer mogelijk is. Daarin verschil ik dus fundamenteel van mening met de spindoctors en de marketingprofeten die rond de partijtop cirkelen.
Misschien moet ik Bart eens het boek van Cees Van Riel en Charles Fombrun toesturen...
Andere partijen passen de reputatieprincipes op consistente wijze toe. Afgezien van de inhoud van de boodschappen, moet worden vastgesteld dat De Decker, Vlaams Belang en vooral CD&V zich op reputatietechnisch gebied positief laten opvallen. Deze laatsten zijn zich bijzonder bewust van het stakeholderveld dat hen omringt en richten hun boodschappen doelgericht op bepaalde groepen in dat veld.
Bij Open Vld is dat niet zo. De partijtop draait rond als een windhaan. Van consistentie is, niettegenstaande de recente mooie woorden inzake communicatie en het sluiten van de gelederen, niet veel sprake. Opendebatcultuur noemt men dat. In gewone mensentaal is dat eerder een teken van onbetrouwbaarheid en zelf niet goed weten wat men wil.
Wanneer dringt het besef door dat hierdoor de organisatie zeer grote schade wordt toegebracht? Op het moment dat men electoraal zo diep zakt dat het enkel nog beter kan worden?
Als bedenker van de opendebatcultuur zou collega Slangen zich in minder bochten moeten draaien om een uitleg te verzinnen over het hoe en het waarom van de recente beslissingen van de Open Vld-top. In oktober 2006 werd hij lid van de VLD-top en tekende de liberale partij met hem een contract met een looptijd van zes(!) jaar om in te staan voor het strategisch management van de partij. Noël Slangen laat zich dus als strateeg in met de organisatie en de inhoudelijke standpunten van de VLD in, in samenwerking met voorzitter Bart Somers. Hij begeleidt de nodige structurele hervormingen binnen de partij met als doel de VLD terug in een leidende positie te brengen.
En toch verklaarde hij gisteren dat hij niet verantwoordelijk is voor het communicatiebeleid van de partij. Hij omschreef het als 'onhandige communicatie'. Van een strateeg zou toch kunnen verwacht worden dat hij meer invloed kan uitoefenen op zo een belangrijk element in de reputatievorming.
Begin december las ik nog op LVB.net : "Vorige week vroeg ik mij af of de VLD van naam zou veranderen (...) Allemaal loze speculaties en geruchten, zo blijkt nu. Noël Slangen, strategisch manager van de VLD, meldt mij zonet in een email: Ik kan u formeel bevestigen dat dit jaar de naam zekér niet wijzigt, en dat dit voor volgend jaar niet gepland is, maar daarom niet uitgesloten wordt." Erg geloofwaardig komt dit niet over.
Hopelijk heeft voorzitter Bart Somers voor zo een langlopend contract met collega Slangen een resultaatsgarantie kunnen bedingen. De taak kan niet zo moeilijk zijn. Indien men de principes van reputatiemanagement rigoureus toepast, heeft men een kans om op middellange termijn het tij te doen keren. Ik vrees dat dit voor de federale verkiezingen niet meer mogelijk is. Daarin verschil ik dus fundamenteel van mening met de spindoctors en de marketingprofeten die rond de partijtop cirkelen.
Misschien moet ik Bart eens het boek van Cees Van Riel en Charles Fombrun toesturen...
Labels:
elections,
Noel Slangen,
Open Vld,
politics,
reputation loss
Saturday, 9 December 2006
Loss of Reputation is a Risk for All
Corporate responsibility has not always played an influential role in reputation management and recovery. When Nobel Prize winner Milton Friedman was once asked "Do corporate executives, provided they stay within the law, have responsibilities in their business activities other than to make as much money for their stockholders as possible?” His answer was a resounding “no.”
Times have clearly changed. People now regard corporate responsibility as fundamental to the kind of society where they wish to live, work and raise their families.
Reputation failure is no longer a threat for companies in high-risk industries and activities alone. It has become reality for companies and organisation around the globe and in whatever sector. A 2006 Weber Shandwick proprietary analysis revealed that 33% of the Global Fortune 500 – the world’s largest companies – experienced reputation deterioration in their “most-admired” status from the previous year. And the Weber Shandwick’s Safeguarding Reputation survey showed that approximately 1/3 of global business leaders believe it is likely their company will sustain reputation damage in the next two years.
According to Weber Shandwick this higher rate of reputation loss has prompted boards and CEOs to ask how they can best shield their companies from extended reputation damage. One way is by adopting a “triple bottom line” approach – in other words, going beyond financial goals by also protecting the environment and attending to social justice.
I do agree with WS's point of view of adopting a triple bottom line approach, but I do not agree that the higher rate of reputation loss has prompted companies leaders to act. The ones who did are rather exceptions than the rule.
Source: Weber Shandwick
Times have clearly changed. People now regard corporate responsibility as fundamental to the kind of society where they wish to live, work and raise their families.
Reputation failure is no longer a threat for companies in high-risk industries and activities alone. It has become reality for companies and organisation around the globe and in whatever sector. A 2006 Weber Shandwick proprietary analysis revealed that 33% of the Global Fortune 500 – the world’s largest companies – experienced reputation deterioration in their “most-admired” status from the previous year. And the Weber Shandwick’s Safeguarding Reputation survey showed that approximately 1/3 of global business leaders believe it is likely their company will sustain reputation damage in the next two years.
According to Weber Shandwick this higher rate of reputation loss has prompted boards and CEOs to ask how they can best shield their companies from extended reputation damage. One way is by adopting a “triple bottom line” approach – in other words, going beyond financial goals by also protecting the environment and attending to social justice.
I do agree with WS's point of view of adopting a triple bottom line approach, but I do not agree that the higher rate of reputation loss has prompted companies leaders to act. The ones who did are rather exceptions than the rule.
Source: Weber Shandwick
Subscribe to:
Posts (Atom)